Fred Flintstone houdt ook niet van winkelen
Mannen zitten zwijgend voor de tv te zappen en vrouwen willen eindeloos over hun gevoelens praten. Boeken over verschillen tussen de seksen gaan met miljoenen over de toonbank.
Trefwoorden: Emancipatie, Genen, Mannen, Omgeving, Opvoeding, Stereotype, Verschillen, Vrouwen, Winkelen
Het Britse warenhuis Marks & Spencer opende in een aantal vestigingen voor de kerstdagen van het afgelopen jaar een crèche voor mannen. Gestreste mannen die met de tong op de schoenen achter hun energiek winkelende vrouwen aansjokten, konden daar weer even op adem komen. Er waren diepe banken om in weg te zakken, een stapeltje tijdschriften en videobanden met voetbalhoogtepunten en Monty Python-afleveringen. Het initiatief sloeg aan. Talloze mannen werden er - samen met de al volgewinkelde plastic tassen - tot wederzijdse opluchting door hun vrouwen achtergelaten.
Mannen houden niet van winkelen, vrouwen zijn er gek op. Het is een cliché dat door menig echtpaar zal worden onderschreven en een verklaring voor het fenomeen lijkt eenvoudig door onze cultuur te worden aangereikt. Warenhuizen zijn er, vanaf hun verschijning in de negentiende eeuw, op gericht geweest om vrouwen tot kopen te verleiden. Zij waren het immers die het gezinsinkomen uitgaven, terwijl hun mannen druk doende waren het te verdienen.
Generatie op generatie werden vrouwen getraind in het zo handig mogelijk besteden van het altijd te beperkte budget en het in de gaten houden van uitverkopen. Geef mannen een paar generaties de tijd om deze achterstand in te halen, richt winkels in naar hun voorkeuren, en ook zij worden grage winkelaars.
Of niet? Verschillen mannen en vrouwen toch veel wezenlijker dan jarenlang door feministen is gepropageerd? Zit 'typisch vrouwelijk' gedrag als winkelen zo diep verankerd in de vrouwelijke aard dat de verklaring niet in de cultuur maar in de natuur - in de genen - moet worden gezocht?
Hazenpadrevolutie
Het nature-nurture debat - in hoeverre is gedrag aangeboren en in hoeverre bepaald door opvoeding en omgeving - leek in de jaren zeventig beslecht in het voordeel van de nurture-aanhangers: mannen en vrouwen waren weliswaar niet inwisselbaar, maar hun gedrag werd in grote mate bepaald door de cultuur waarin ze leefden. Aangeboren redenen om mannen uit te sluiten van zorgtaken en vrouwen van hoge posities op de arbeidsmarkt waren er niet.
Onder de paraplu van deze redenering togen vrouwen massaal en zonder schuldgevoel aan het werk en hoefden mannen zich niet langer watjes te voelen als ze met de buggy op pad gingen. Volledige gelijkheid bleek niet meer dan een kwestie van tijd: vrouwen zouden door de glazen plafonds breken, mannen bleven vaker thuis.
Het gebeurde niet. De emancipatie stagneert, meldde onlangs het Sociaal en Cultureel Planbureau. Wat de laatste jaren op gang kwam noemen de feministische schrijfsters Rosalind Barnett en Caryl Rivers de 'hazenpadrevolutie'. Aangeland bij het glazen plafond deinzen vrouwen terug om te kiezen voor een haalbare combinatie van werk en zorg.
Barnett en Rivers inventariseerden tien jaar geleden in hun succesvolle She Works/He Works hoe het er met het nieuwe 'werkende' gezin voor stond. Dat leek voortvarend en tot tevredenheid van beide partners in het spoor van het gelijkheidsdenken op te rukken, al was er een kleine groep gezinnen waarmee het wat minder liep. Een restverschijnsel, meenden Barnett en Rivers, maar 'we bleken het vreselijk mis te hebben'.
Hoe mis beschrijven ze in hun nieuwste boek, Bij gelijke geschiktheid.
Dat er onvrede broeide, stellen ze vast, bleek eigenlijk al uit de golf verontwaardiging die Hillary Clinton over zich heen kreeg, toen ze tijdens de eerste verkiezingscampagne van haar man opmerkte dat ze in plaats van buitenshuis te werken ook thuis had kunnen blijven om koekjes te bakken. Wat, zo luidde de boze reactie, was er eigenlijk mis met koekjes bakken? Suggereerde ze dat ze een beter of belangrijker mens was omdat ze politieke macht nastreefde?
Deze reactie, aldus Barnett en Rivers, openbaarde de enorme spanningen die vrouwen voelden toen ze worstelden met die twee schijnbaar strijdige identiteiten. 'Het komt erop neer dat vrouwen houden van koekjes bakken - een metafoor voor de traditionele vaardigheden van vrouwen. Vrouwen houden van de rol van opvoeder, en in die begintijd vreesden ze dat ze die rol zouden moeten opgeven als ze een baan zochten, of dat ze, als ze thuisbleven, zouden worden afgeserveerd als onderdanige Stepford Wifes.'
Zat 'zorgen' vrouwen dan toch gewoon in het bloed? Waren de sekseverschillen wel zo cultureel bepaald als in de jaren zeventig was voorgesteld? Iedere ouder had inmiddels toch bij de eigen kinderen kunnen constateren dat het nog niet meeviel om de zonen met poppen en de dochters met Lego aan het spelen te krijgen.
De Amerikaanse psychologe Carol Gilligan nam menig vrouw een pak van het hart met haar in 1982 verschenen, razend populaire In a different voice, waarin ze stelt dat vrouwen geboren worden met een relationeel ego en een unieke zorgende aard die mannen vreemd is. Vrouwen en mannen hebben wel degelijk verschillende genen en willen ze gelukkig worden dan doen ze er goed aan daarmee rekening te houden.
Wat lange tijd voor een politiek totaal incorrecte mening was gehouden, kon opeens weer hardop gezegd: er was wel degelijk een biologisch verschil in aanleg en talenten tussen mannen en vrouwen. En eenmaal gezegd, zwol het biologische standpunt aan tot een luid en veelstemmig koor. 'Traditionele ideeën waarvan we dachten dat ze bijna uitgestorven waren', constateren Barnett en Rivers, 'kwamen ijzersterk terug. In de afgelopen paar jaar doken denkbeelden over aangeboren en onveranderbare gender-verschillen opnieuw op, ditmaal uit nieuwe, onverwachte hoeken.'
Barnett en Rivers moeten het, als vertegenwoordigers van het nurture-standpunt, niet alleen opnemen tegen geluiden uit het 'eigen' feministische kamp, zoals die van Carol Gilligan, maar ook tegen een nieuw zwaargewicht in de discussie: de evolutiepsychologie.
Promiscuïteit
De boodschap van evolutiepsychologen was simpel en terug te voeren op Darwin. De menselijke soort, aldus deze 'ultradarwinisten', heeft zich evolutionair ontwikkeld in het Pleistoceen. De genen waarmee zij toen zijn toegerust zijn niet verder geëvolueerd, want zo snel gaat dat met genen niet. Dat betekent dat wij in een totaal veranderde omgeving nog altijd zitten opgezadeld met genen die van belang waren voor de overleving van de jagers-verzamelaars die in groepjes over de savanne trokken. Deze prehistorische genen bepalen in belangrijke mate ons gedrag.
Voor wie zich deze gedachtegang een beetje eigen maakt liggen de verklaringen voor de meest uiteenlopende gedragingen voor het oprapen. Zijn mannen geneigd tot promiscuïteit? Dan komt dat doordat het in de prehistorie voor het voortbestaan van hun genen van belang was hun zaad zo breed mogelijk te verspreiden. Hebben mannen een beter ontwikkeld ruimtelijk inzicht dan vrouwen? Dat danken ze aan hun voorgeschiedenis als jagers, voor wie een goed oriëntatievermogen in grote gebieden zonder wegwijzers van levensbelang was. Zijn vrouwen meer ingesteld op praten, relaties en zorgen dan mannen? Dat is simpelweg het gevolg van het feit dat zij in de prehistorie in groepen voor de kinderen zorgden en elkaars hulp en begrip hard nodig hadden - de mannen waren immers aan het jagen.
Eindeloos praten
De evolutiepsychologie kent uiteraard genuanceerde en minder genuanceerde pleitbezorgers. De Canadees Steven Pinker, schrijver van het succesvolle Het onbeschreven blad, behoort tot de rationele onderzoekers die de invloed van onze prehistorische genen plaatst binnen een complex geheel van factoren die ons gedrag beïnvloeden.
Lawaaierigere vertegenwoordigers van het gedachtegoed deinzen er echter niet voor terug onze bejaarde genen een allesbepalende invloed op ons gedrag toe te dichten en deze in handige oneliners te formuleren. Vrouwen kunnen niet kaartlezen. Mannen rijden liever kilometers om dan dat ze de weg vragen. Vrouwen willen eindeloos over hun gevoelens praten terwijl mannen ongevraagd oplossingen aanreiken.
De Amerikaanse relatietherapeut John Gray, schrijver van de Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus-boeken, is de onbetwiste aanvoerder van deze eendimensionale evolutieschool. Onvermoeibaar toont hij in zijn boeken aan hoe de wezenlijke, aangeboren verschillen tussen mannen en vrouwen leiden tot communicatieproblemen die menig huwelijksperk met azijn besproeien.
Geef vrouwen een woordenboek van Mars, stelt hij voor, dan weten ze in het vervolg dat mannen zich bij problemen in hun hol terugtrekken en daar niet uitgerookt willen worden met een: 'Is er wat? Natuurlijk is er wat, zeg dan toch wat.'
Geef mannen een woordenboek van Venus en ze leren wat ze met hun vrouw aanmoeten als ze na een dag werken verzucht: 'Ik heb zo veel te doen, ik kom helemaal niet meer aan mezelf toe.' Met een 'je moet ophouden met dat werk' of 'doe alleen wat je leuk vindt' zal hij gegarandeerd de mist ingaan, terwijl hij met een aanmoedigend 'o ja, vertel eens, hoe was het vandaag?' op simpele wijze de avond gezellig kan houden.
Jagers
Niet minder populair is het Amerikaanse schrijversechtpaar Allan en Barbara Pease. In hun wereldwijde bestsellers, met titels als Waarom mannen liegen en vrouwen altijd schoenen kopen, ontsnapt geen enkel aspect van het menselijke gedrag aan een triomfantelijk en evolutionair getint 'daarom'. Waarom mannen 's avonds bij voorkeur zwijgend voor de tv zitten te zappen? Omdat jagers vroeger na de zwijgend volbrachte jacht samen met de andere mannen zwijgend in het vuur zaten te staren. Een avondje Barend & Van Dorp mag een wat andere indruk maken, het echtpaar Pease zal zich daar niet door van de wijs laten brengen.
Waarom vrouwen graag winkelen en mannen liever in de crèche van Marks & Spencer zitten? Simpel: 'Mannen ontwikkelden zich tot wezens die snel hun prooi doodden en vervolgens huiswaarts keerden. Dat is precies de manier waarop de hedendaagse man wil winkelen. Vrouwen van tegenwoordig winkelen nog steeds op dezelfde manier als hun voorgangsters eeuwen geleden voedsel verzamelden: ze gingen met een paar andere vrouwen op stap naar een plek waarvan een van hen wist dat er lekkere dingen groeiden. Er was geen speciaal doel of een opdracht voor nodig en tijd was niet belangrijk.
'Ze zwierven de hele dag van de ene plek naar de andere plek, voelden en roken aan alles wat interessant was, en kletsten ondertussen met elkaar over allerlei, niet met elkaar in verband staande onderwerpen. En als er niets te plukken viel en ze aan het einde van de dag met weinig of niets huiswaarts keerden, waren ze toch enthousiast over de heerlijke dag.'
Hoe dit doelloze voelen en met lege handen terugkeren aan de overleving van de soort hebben bijgedragen laat het echtpaar Pease in het midden, evenals de bron van hun wijsheid. Het gedrag dat ze beschrijven doet verdacht veel denken aan dat van vrouwen tijdens de Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf en illustreert daarmee fraai waarom dit soort verklaringen door een criticus van de evolutionaire psychologie de Flintstone-versie van de geschiedenis is genoemd.
Betrouwbare feiten over het dagelijkse leven in de prehistorie zijn er nauwelijks, en wat veel evolutiepsychologen in wezen doen is een voorstelling van dat leven schetsen die grote gelijkenis vertoont met het ideale gezin uit de jaren vijftig: dominante mannetjes die hard werken om de kost binnen te slepen en passieve vrouwtjes die zorgzaam het huishouden bestieren en voorkomen dat de kinderen in het vuur vallen. Veel meer dan zinloze speculatie is dat niet, betogen de tegenstanders van de evolutiepsychologie.
Ouderwets seksisme
Het zijn niet alleen feministes als Barnett en Rivers die zich tegen deze voorstelling van zaken verzetten. Ook biologen en paleontologen uiten stevige kritiek, onder meer door de onlangs overleden Stephen Jay Gould: 'Hoe weten we in vredesnaam gedetailleerd wat kleine groepjes jagers-verzamelaars twee miljoen jaar geleden in Afrika deden?'
Onze voorvaderen hebben wat botjes en gereedschappen nagelaten, en paleontologen kunnen daaruit best het een en ander afleiden, maar ze geven geen enkel inzicht in familieverbanden, groepsgrootte, verschillende activiteiten van mannen en vrouwen, de rol van religie, van vertelkunst, enzovoort. 'We kennen', aldus Gould, 'de leefomgeving van onze verre voorouders niet - bleven deze wonen in een bepaalde streek? Trokken ze rond? Hoe veranderden die omgevingen gedurende het jaar en in de loop der eeuwen?'
Speculeren over de activiteiten van onze vroegste voorouders lijkt op zijn best een aardig gedachte-experiment, op zijn slechtst een nieuwe vorm van ouderwets seksisme.
Zo zouden de boeken van evolutiepsychologen dan ook gelezen moeten worden: gedegen studies als goed geïnformeerde speculaties, die een kern van waarheid zouden kunnen bevatten, maar die voor hetzelfde geld de plank volledig misslaan. En de bestsellers als vermakelijke lectuur vol onzinnige oefeningen waarmee je in huiselijke kring best een melige avond lol kunt hebben.
Maar zo worden ze niet gelezen. De boeken van Gray en het echtpaar Pease gaan met miljoenen over de toonbank. Ideeën die ooit begonnen als voorzichtige hypotheses, gebaseerd op kleine statistische verschillen tussen mannen en vrouwen, zijn in de versimpelde vorm van deze schrijvers uitgegroeid tot onomstotelijke waarheden.
Worden vrouwen daarmee teruggebonjourd naar de hun traditionele rollen? Niet helemaal. Voor de jaren zeventig werden vrouwen gezien als inferieur aan mannen. Toen Gilligan verkondigde dat vrouwen over een unieke relationele aanleg beschikten, bracht ze dat als een vorm van morele superioriteit. Niet alleen deden vrouwen het beter op scholen en de universiteiten, ze waren ook nog eens de betere sekse die de goedheid van de maatschappij op hun schouders droegen. Vrouwen kregen een lauwerkrans toebedeeld met het gewicht van een molensteen.
In de populistische boeken die op deze gedachtegang voortborduren, zoals die van Gray en het echtpaar Pease, wordt het verschil bijna karikaturaal aangedikt. Mannen worden in deze versies vergoelijkend voorgesteld als een beetje gedateerde malloten - onthand nu er geen mammoeten meer te vangen zijn - waar met wat tactvol gemanoeuvreer nog best een aardige huisgenoot van te maken is. ('Houd alles zo eenvoudig mogelijk!', 'Praat nooit over meer dan één ding tegelijk!', 'Gebruik korte, heldere zinnen en beperk je tot de essentie!' zijn enkele van de adviezen die vrouwen in het nieuwste boekje - Het Pease relatie-testboek - van het Pease-echtpaar krijgen).
Flexibel brein
In Bij gelijke geschiktheid kanten Barnett en Rivers zich nog eenmaal tegen het idee dat verschillen in talenten tussen mannen en vrouwen een overwegend biologische oorzaak hebben. Voorbeeld na voorbeeld halen zij de Flintstone-versie van de geschiedenis onderuit of trekken hem in twijfel. Ze putten uit het onderzoek naar primitieve samenlevingen, waar de rolverdeling vaak minder 'traditioneel' is dan evolutiepsychologen het graag zien. Ze putten uit onderzoek naar bonobo's en chimpansees - in evolutietermen onze naaste buren - waar de vrouwtjes zeker zo promiscue zijn als de mannetjes. En ze signaleren trends in de westerse samenleving die allemaal leiden tot de conclusie: als mensen iets hebben dat hen van dieren onderscheidt is het een flexibel brein dat hen in staat stelt zich aan de voortdurend veranderende culturele eisen en wensen aan te passen.
In het nurture-nature debat staan Barnett en Rivers duidelijk in het nurture-kamp, maar met het zinnige voorstel de strijdbijl te begraven: 'Het is tijd voor een staakt het vuren in deze oorlog. Het gaat niet om natuur versus milieu. Het gaat om allebei.'
Noch de erfelijke aanleg, noch de omgeving biedt een blauwdruk voor man of vrouw. Als in het heen en weer slingerende nurture-naturedebat iets duidelijk is geworden dan is het wel dat mensen gevormd worden in een ingewikkeld samenspel van aanleg, hormonen, omstandigheden in de baarmoeder, ervaringen, opvoeding, toevallige gebeurtenissen, voorspoed en tegenslag.
We zijn, kortom, het subtiele en onnavolgbare resultaat van onontwarbare factoren die van ieder mens niet een stereotype man of vrouw maken, maar keer op keer een niet eerder vertoond individu.
En dat is nou net het aardige van mensen.
Gerelateerde artikelen
- Er ís een verschil
- Voor de jonge vrouw is het heftig.
- Vrouwen aan de pil kiezen verkeerde partner
- Het is niks zonder Y
- Ondersteboven van de kaart

levensmoed