-
Vrouw - 16 januari 2009, 09:13
Er zijn genoeg hardloopgroepen die geen therapie zijn maar ook niet prestatiegericht. Wordt het therapie, word je weer zo gemedicaliseerd. Zeer fnuikend voor je zelfvertrouwen.
Na het hardlopen voel ik me altijd heel goed, ervoor ook, want ik zie er nooit tegen op. Je vergroot je zelfvertrouwen, dat merkte ik goed toen de dokter zijn hoofd schudde over mijn bloeddruk. Even trainen een poosje en het zakte vanzelf. Geen hartslagmeter, dan ga je weer te veel denken; ik let gewoon op mijn lichaam wat goed voelt. Let op of ik kortademig ben, dat ben ik overigens bijna nooit. De enige rem is krakende botten of krampende spieren. Als je die niet in het oog houdt krijg je blessures. -
henkos - 18 januari 2009, 17:49
Heb m'n hele leven gesport. Als jongen vanaf 3 buiten vooetballen, later in verenigingsverband. Op straat had echter mijn voorkeur. Zodra we thuis waren tot het donker werd.In venigingsverband eerst bij ADO. Helaas was daar een trainer, ene David Westhoven, die de trainingen nogal schools aanpakte. Dat stuitte mij tegen de borst, dus dan maar alleen wedstrijden en daarnaast op straat natuurlijk. Later, een paar jaar bij een andere vereniging TRIOMPH in Den Haag. Ben er toen buiten bij gaan hard lopen, alleen, je werd weleens nageroepen maar dat stikte niks. Hardlopen kon ik als de beste, het fijnste was dat in het donker op het strand na cursusdagen bij die saaie bestuursschool in Scheveningen, heerlijk. Dan naar huis, in Brielle toen, en douchen. Had inmiddels ook een verwijderde buitenmeniscus op m'n conto, door een domeme voetbalactie mijnerzijds. Het trainen voor de voetbalvereniging werd toen fanatieker, desnoods met een vent op je nek. Ook lid van een atletiekvereniging erbij met sterke resultaten op de sprint, nationaal gezien. De twee sporten gingen helaas niet samen en toen trainers begonnen ruzie te maken over wie er mij mocht trainen stopte ik met atletiek, niet in het minst door de domme regelzucht ook binnen de atletiek. Lopen voor mezelf bleef ik erbij doen. Nu heb ik sedert vier jaar een kunstknie, ik kreeg de knie niet meer recht door o.m. botwoekering. Ook het lopen was hiervan een belangrijke oorzaak, immers, bij het hardlopen krijg je zeker driemaal je gewicht op je beengewrichten met extra slijtage tot gevolg. Nu fiets, roei em wandel, hetgeen me niet spijt. Pas dus op met dat hardlopen, alhoewel ik nog wel met weemoed terug denk aan die tijd in het donker op het Scheveningse strand. After all ben ik nu wel tevreden met wat ik doe, de knop is om: cést la vie! -
Johannes - 19 januari 2009, 17:11
Goed verhaal!
Momenteel zit ik thuis met "burnout" achtige verschijnselen. Er is momenteel veel met mij aan de hand. Sinds een paar maanden ben ik onder behandeling voor blaaskanker. In eerste instantie deed ik gewoon of er niets aan de hand was. Ik bleef gewoon werken en na de operatie ben ik bijna direct weer in de kano gestapt voor lange (hele dagen) tochten. Ik weet zeker dat mij dat hielp om te gaan met de spanning en verwerking van de kanker. Uiteindelijk werd het allemaal wel wat veel. Werken, sporten, chemo's, druk in het gezin, gevolgen: ook spanning in de relatie. Mijn huisarts zei "je moet niet werken, maar aan jezelf werken". Dat doe ik nu weer. En het sporten hoort daar heel erg bij. Ik moet nu wat strakker mijn loopschema's plannen want ik heb de nijging met mijn hoofd onder de dekens te blijven. Als ik dan toch gelopen heb voel ik me echt een stuk beter. Ik ben weer leeg en schoon van binnen. Tijdens het lopen zeg ik mijn hoofd ook nog een rijtje positieve mantra's op die extra positiviteit en een goed ritme geven.
In het verleden was ik erg gedreven om mijn tijden te verbeteren. Ik wilde altijd harder en verder. Dat eindigde vaak met een lang slepende blessure. Tijdens zo'n blessure kon ik bijzonder somber en terneergslagen worden. Dat was de rede dat ik naast hardlopen sporten ging doen die ook zouden kunnen als ik een loopblessure zou hebben. Zoals zwemmen en kanovaren. Kanovaren is daardoor een grote passie geworden. Heerlijk lange tochten maken. Soms relaxed je laten dobberen, soms met het zweet op de rug alles eruit varen. Heerlijk.
Nu heb ik de duursporten gewoon nodig om mij goed te voelen. Het is geen obsessie meer. Ik kan best een paar dagen overslaan maar voel heel duidelijk wanneer het nodig is om het lijf weer te prikkelen, en dat doe ik dan ook. Ik weet zeker dat het mij de komende tijd zal helpen om mijn stress, ziekte en andere problemen te lijf te gaan. -
Patricia 3223PP Hellevoetsluis - 21 januari 2009, 15:56
In mei 2008 heb ik de cursus voor runningtherapeut gevolgd bij Simon van Woerkom en Bram Bakker. Sinds zondag 18 januari is mijn website te vinden onder: www.renvoorjegeluk.nl -
Gert-Jan van Ginneke Tilburg - 20 april 2011, 17:37
In maart 2010 heb ik cursus voor Runningtherapeut gevolgd bij de Stichting Runningtherapie Nl. Op mijn site lees je alle bijzonderheden over Runningtherapie in Tilburg e.o. www.runningtherapietilburg.nl
Pillen, praten of hardlopen
Trefwoorden: Antidepressiva, Beweging, Burn-out, Depressie, Duursporten, Remedie, Rennen, Runningtherapie, Spanningen, Therapie, Tjerk Gualthérie van Weezel, Training, Wellness en gezond
Ik ben al jarenlang in therapie. Ik weet het alleen pas sinds twee maanden, toen ik het boekje Runningtherapie van psychiater Bram Bakker (45) en fysiotherapeut Simon van Woerkom (39) in handen kreeg. ‘Ook voor iedereen die nog geen burn-out heeft, is dit boek een aanrader’, vermeldt de achterflap. De strekking is simpel: aan pillen en praten heb je bar weinig. Therapeutisch hollen, is de oplossing voor al uw problemen.
Die strekking stond me tegen, het woord ‘runningtherapie’ trouwens ook. Waarom moest hardlopen, dat ik geregeld doe, nu weer therapie genoemd worden? Het kwam me hyperig voor. Bram Bakker, die we kennen van het tv-programma Bureau Ambitie, en niet onder stoelen of banken steekt dat hij graag de Dr. Phil van Nederland wil worden, probeert vast mee te liften op het enthousiasme van de schare die wekelijks de hardloopschoenen aantrekt, dacht ik.
Maar stiekem wist ik ook: ze hebben gelijk. Als het sporten er een paar weken bij is ingeschoten, begin ik slechter te slapen. Gedachten blijven een nacht lang door mijn hoofd spoken. Dan weet ik: morgen moet ik rennen.
Ik ontmoet de schrijvers van het boek en twee van hun patiënten, Klaas (35) en Marcel (48), in een fitnesscentrum in Amstelveen. Het is de dag na de halve marathon van Egmond, waar Bram Bakker al jaren van de partij is. Het was zwaar gisteren. Bakker: ‘De wind op het strand stond keihard tegen.’
Al 25 jaar rent Bakker en het bleek hem meer op te leveren dan een goede conditie. ‘Ik heb geen ADHD, maar kan wel goed spanning opbouwen. Die spanningen raak ik kwijt als ik ga rennen. Als psychiater interesseert mij dat natuurlijk. Hoe werkt het? Zou je het ook bij behandelingen kunnen gebruiken? Ik zie het als een manier om balans te brengen in het leven, dat we de afgelopen decennia steeds meer denkend en zittend achter computers zijn gaan doorbrengen.’
Het is al meer dan twintig jaar bekend dat duursporten, dus niet alleen rennen, een positieve invloed heeft op het brein. Zo slapen mensen die gesport hebben beter, dieper en met minder verwarrende dromen. Ook komen er tijdens de inspanning stoffen vrij, zoals dopamine, die je een goed gevoel geven en maken dat je actiever wordt.
Toch komt sport in de psychiatrische behandelrichtlijnen niet voor. Er zijn wel psychiaters, zoals Bakker, die hun patiënten aanraden te gaan sporten en er zijn zelfs therapeuten die met patiënten gaan lopen, maar dat is hobbyisme. Niets structureels. Ook in de anamnese die huisartsen afnemen als zij een sombere en futloze patiënt voor zich krijgen, wordt niet naar beweging gevraagd. Een pil is vaak het antwoord. Nederland kent 1 miljoen gebruikers van antidepressiva.
Klaas was een van hen. Hij heeft al meer dan zes jaar last van zware depressies en angststoornissen en heeft in die periode vele behandelingen ondergaan, tot elektroshocks aan toe. Niets hielp echt. Hij verloor zijn baan. Maar zelfs in de diepste dalen bleef hij in de weekeinden voetballen. ‘Omdat ik mensen wilde blijven zien, maar ik realiseerde mij ook dat ik me beter voelde door de inspanning.’
Sinds enige tijd is hij op aanraden van Bram Bakker gaan fietsen, want ‘hardlopen is niet echt mijn ding’. Sport als remedie is een fundamenteel andere benadering van de ziekte, zegt hij. ‘Bij een pil zit je thuis weken te wachten, in de hoop dat het beter gaat. Als je sport, ben je actief met je kwaal bezig. Je voelt je bovendien minder afhankelijk.’
Het gaat beter met Klaas, die de Stichting Dalen en Pieken heeft opgericht om beweging als remedie tegen depressie onder de aandacht te brengen. Het doel is om dit jaar op zijn fiets honderd pieken beklimmen. ‘Ik begin rustig met de Cauberg in Limburg en eindig met cols als de Mont Ventoux in de Alpen.’ Hij wil op zijn site verslag doen van de beproevingen. Dus ook als het tegenzit en hij er totaal geen zin meer in heeft, zegt hij nadrukkelijk.
Ik begrijp wat hij bedoelt. Want is het niet heel vreemd, vraag ik de vier mannen, dat je weet dat sporten goed is en dat je na afloop jezelf goed zult voelen, maar dat je er tevoren enorm tegenop kunt zien. Ikzelf heb al vele zaterdagochtenden mijn sportkleren aangetrokken om ze ’s avonds weer onbezweet en schuldbewust uit te trekken. Hoe moet dat dan zijn voor iemand met een depressie?
Dat kan inderdaad heel zwaar zijn, zegt Marcel. Hij is manisch-depressief en rent wekelijks een aantal keer door de bossen bij Nijmegen. ‘In de winter is het natuurlijk moeilijker je ertoe te zetten dan in de zomer, maar ik heb geleerd dat het oké is als je een dagje spijbelt, mits je dan maar wel de volgende dag gaat. En als het een tijd niet lukt, ga ik langs bij de praktijk van Simon om daar op de hometrainer te lopen.’
Het is één van de belangrijkste onderdelen van de runningtherapie, vertelt Bakker, om mensen ook daadwerkelijk aan het rennen te krijgen. ‘Veel beginnende hardlopers stoppen weer vrij snel, omdat ze zich ervoor schamen in zo’n pakje door de wijk te rennen, of ze krijgen spierpijn, of het regent, en al snel liggen de hardloopschoenen weer ongebruikt in de kast. Tijdens de runningtherapie leren we hoe je een training opbouwt, hoe je blessures voorkomt, maar bovenal is het een manier om patiënten ook daadwerkelijk te laten sporten. We verlagen de drempel. Vaak gaan we in groepen, dat is een stok achter de deur en iedereen motiveert elkaar weer.’
Maar er zijn ook mensen, zoals Marcel, die liever alleen lopen. Bakker: ‘Dat kan ook, zolang mensen zich uiteindelijk aanleren om te gaan rennen. Ook al blijft het voor sommigen altijd corvee.’
Een ander belangrijk onderdeel van de runningtherapie is naar je lichaam te leren luisteren, zegt Van Woerkom. ‘Ik laat iedereen geregeld met een hartslagmeter lopen. Die moet niet lager zijn dan 135 en niet hoger dan 165. Vooral bij patiënten die een burn-out hebben, zie je nog wel dat ze veel te hard willen gaan. Hun probleem is natuurlijk ook dat ze geen maat kunnen houden. Maar bij therapeutisch rennen staat de prestatie niet voorop.’
Dat is ook één van de verschillen tussen runningtherapiegroepen (te vinden via runningtherapie.nl) en hardloopclubs. Het draait niet om competitie. Van Woerkom: ‘Als je ineens zeven keer per week gaat rennen en ook nog elke keer harder wil, is dat geen remedie tegen burn-out. Integendeel.’ Runningtherapie is dus vooral een stok achter de deur, een afspraak om te gaan sporten. Dat klinkt al een stuk aantrekkelijker.
Tjerk Gualthérie van Weezel is redacteur bij de Volkskrant
Lees ook: Van touwtjespringen word je slim
Lees hier meer over burn-out op Hart en Ziel
Gerelateerde artikelen
- Op zoek naar de uitknop
- Bij de psycholoog: evidence
- Bij de psycholoog: Suggestie
- Bij de psycholoog: Glimlach
- Bij de psycholoog: Spuit elf

levensmoed