Schaken is een voelsport
Schaker ziet patronen op het bord als woorden in een zin
Trefwoorden: Brein, Denken, Denkprocessen, Intuïtie, Inzicht, Onbewuste kennis, Strategie, Strategisch denken, Vooruitdenken, Zelfbeeld, zelfkennis
Denken. Twee weken van lang en diep denken waren het, tijdens het Nederlands schaakkampioenschap dat vandaag zijn laatste dag ingaat. Schakers overwogen aanvalsstrategieën of dachten een paar zetten vooruit, wat met de vele mogelijke zetten en tegenzetten al snel honderd scenario's oplevert.
Toch zouden de scores weinig anders uitvallen als de schakers níet zouden denken. Dat voorspelt de psycholoog Bruce Burns op grond van analyses van snelschaakmarathons. 'Snelschaken heeft dezelfde regels als gewoon schaken, maar een potje duurt niet langer dan één zet in een normale wedstrijd', vertelt de Australiër Burns, onderzoeker aan de Amerikaanse Michigan State University.
'Per zet heb je zevenenhalve seconde, inclusief de tijd die nodig is om je stuk te verplaatsen en op de klok te slaan. Tijd om na te denken heb je nauwelijks.'
'Dat maakt het een compleet ander spel', zeggen Victor Koppelaar en Adri Timmermans, organisatoren van het Open Nederlands Snelschaakkampioenschap, de grootste jaarlijkse snelschaakmarathon ter wereld. Topsport is het: tweehonderd man spelen er gemiddeld 34 partijen per persoon per dag. Ieder spel is spannend tot het eind, omdat degene die sterker staat toch kan verliezen door tijdgebrek.
'Je reserveert denktijd voor enkele cruciale zetten, maar zeker in de laatste minuut gaat het razendsnel. Vaak moet je in de laatste vijf seconden nog twaalf zetten doen', zegt Koppelaar. Naast motorische behendigheid heb je daarom een snelle geest nodig. Timmermans: 'Het gaat om split-second-beslissingen.'
Burns vergeleek de uitslagen van Nederlandse, Australische en Amerikaanse snelschaakmarathons, met de ratings van de schakers – hun persoonlijke score, gebaseerd op gewone partijen. 'Die twee scores blijken zo sterk samen te hangen, dat je op grond van de schaak-ratings met 80 procent zekerheid kan voorspellen wie zal winnen met snelschaken', zegt Burns, die zo'n sterke correlatie extreem noemt. De samenhang is bovendien sterker naarmate de schaker beter is.
'Het toont aan dat bij gewoon schaken dezelfde vaardigheden de doorslag geven als bij snelschaken – de snelle vaardigheden dus', zegt Burns. En dat boeit psychologen, want de schaaksport is voor hen een sleutel tot onderwerpen als: hoe ontwikkelen mensen vaardigheden, heeft een expert aangeboren talent of gewoon veel ervaring, wat is het precies dat experts onderscheidt van beginners?
De betere schakers onderscheiden zich door snelle denkprocessen, door beslissingen van minder dan een seconde. Verspillen ze dan niet verschrikkelijk veel tijd met gewone wedstrijden, die vijf uur kunnen duren? 'Nee', zegt Burns, die zijn resultaten publiceert in het juli nummer van Psychological Science. 'Want dat vooruitkijken, denken en afwegen, is het verschil tussen een goede zet en de beste zet.
'Een grootmeester verliest wel degelijk van een ander, als hij geen bedenktijd heeft en die ander wel. Het punt is dat de langzame vaardigheden voor een grootmeester gewoon een eerste vereiste zijn, want al zijn sterke tegenspelers bezitten die ook. Beginners kunnen nog van elkaar winnen door diep nadenken. De goede spelers hebben snelle vaardigheden nodig.'
Over dit split-second denken schreef de bekendste onderzoeker op dit gebied, de psycholoog Adriaan de Groot, al in zijn proefschrift uit 1946. Hij testte enkele grootmeesters en merkte dat zij niet zozeer verder vooruit denken om daarna de beste zet te kunnen kiezen, maar metéén de beste mogelijkheden selecteren. De echte meester weet in één oogopslag dat hij een diagonaal moet bezetten, of zijn dame moet offeren.
Maar wat is die schakers-intuïtie? Wie hoopt dat de schakers uitweiden over mysterieuze gaven en zevende zintuigen, heeft het mis. Patroonherkenning, is het eerste wat de schakers en de onderzoeker zeggen. Burns: 'Een ervaren schaker herkent direct de patronen op het bord, als woorden in een zin.'
Ze herinneren hem aan eerdere keren en aan het antwoord dat er toen op moest volgen. Hoe meer ervaring de schaker heeft, des te groter is de kans dat zijn eerste ingeving de beste is. 'Het is wel een gevoel, maar gevoed door ervaring', zegt Koppelaar. 'Ingeslepen kennis', noemt Timmermans het. 'Als je geen tijd hebt om te denken, dan speel je op je ruggenmerg.'
Als de ervaring maar ruim genoeg is, dan wórdt het intuïtie, instinct of hoe je de inmiddels onbewuste kennis ook noemt. 'Dat speelt ook bij de brandweercommandant die bij een kelderbrand zijn mannen moeten terugroepen. Terwijl je zo'n brand alleen herkent aan subtiele signalen, zoals de manier waarop de rook naar buiten kringelt.'
Door zijn ervaring 'voelt' een commandant wanneer er iets niet klopt, vaak zonder dat hij precies weet wát er niet klopt.
Ook artsen hebben dat instinct. Terwijl beginners de checklist kennen waarmee ze een longfoto kunnen beoordelen, weet een ervaren arts hoe hij die factoren tegen elkaar afweegt en herkent hij de subtiele schaduwen die op kanker duiden.
Burns: 'Maar vraag je hem hoe hij het weet, dan kan hij dat niet uitleggen.'
Gerelateerde artikelen
- Elk brein heeft eigen stijl en route
- Pijn vermijden is pijn lijden
- Starende ogen dwingen
- Als je haar maar goed zit
- Doe mij maar 105


gaby3 